Over vrijheid

Vrijheid vind ik erg belangrijk. Er zijn een heleboel verschillende uitingsvormen van vrijheid, en het is goed voor de wereld, maar desalniettemin frustrerend voor een individu, dat de meeste vrijheden aan regels gebonden zijn. In essentie is iedere mens vrij om te doen wat hij wil, mits hij zich aan dit soort regels houdt.

Die regels zijn er natuurlijk voornamelijk om ervoor te zorgen dat men geen misbruik maakt van de vrijheden die men geniet. Iedere Nederlandse staatsburger mag zich bijvoorbeeld vrijelijk bewegen binnen de grenzen van het Koninkrijk, maar het is niet toegestaan om het huis van de buren binnen te gaan zonder hun expliciete toestemming. Ook mag je je niet met je vuist in de anus van willekeurige voorbijgangers bewegen, of vierhonderd meter door de lucht heen springen vanaf een fikse wolkenkrabber.

En dat kan verdomd jammer zijn. Je mag namelijk ook niet door de beschermde natuurgebieden lopen, hoe geweldig mooi pas aangeplante duinen ook zijn. Je mag niet zwemmen in de heerlijk heldere zoetwaterbronnen vanuit waar ons drinkwater voortvloeit. Je mag niet eens zomaar op bezoek bij de Moeder van het Nederlandse volk: hare Majesteit de Koningin. Om onze vrijheden te waarborgen, wordt ons verboden ons eigener moeder te zien. Cru.

Tussen de andere ingeperkte vrijheden vindt men natuurlijk al snel de vrijheid van meningsuiting. Zoals Geert Wilders nog steeds niet begrijpt, is het niet toegestaan om mensen in grote getale zich kut over zichzelf of over andere grote getalen te doen voelen. Dat alle blanken kankerlijers zijn, mag je alleen zeggen binnen de cultuursector, om een steeds groter wordend maatschappelijk probleem aan te stippen – of als je een medische graad hebt verdiend met je oncologische studies naar hoe pigment kanker kan voorkomen. Dat alle linkshandigen geweldig zijn slaat nergens op, je moet je fucking bek houden. Ik, als rechtshandige, voel mij gedenigreerd daarover, en daarom moet jouw vrijheid van meningsuiting je gedeeltelijk ontzegd worden.

De vrijheid om te geloven wat je wil komt als volgende trede op de trap die vanuit het gevangenschap naar de geveinsde vrijheid leidt. Natuurlijk is er geen enkel probleem als je in een man op een wolk gelooft die bliksemschichten gooit en Disneys slechtste rip-offs hilarisch maakt, maar als je niet gelooft in het wetsysteem van het land waar je in leeft, of ervoor kiest niet te geloven in de Belastingdienst, merk je al snel dat een bepaalde lifestyle van je verwacht wordt, ongeacht hetgeen waarvan je intuïtie je vertelt dat het echt waar is.

De vrijheid om te doen wat je wilt houdt op waar die van anderen om te doen wat zij willen begint. Gezien dit voor iedereen geldt, beschermt het je evenveel als dat het je tegenhoudt. De belangrijkste consequentie van deze wetmatigheid is dat je geen mens kan doden. De vrijheid om te blijven leven staat erg hoog op de ladder.
De vrijheid om te sterven daarentegen is usually frowned upon. Er zijn weinig culturen die zelfmoord goedkeuren – omdat het asociaal is. Je ontneemt andere mensen vrijheid door je eigen vrijheid immens te vergroten. Je dwingt naasten niet alleen om voor al jouw losgelaten plichten te zorgen (het afsluiten van je Facebookaccount, het opruimen van je woonplek, het inlichten van kennissen, het regelen van een begrafenis etc.), maar ontneemt ze ook het recht om zelf te kiezen voor hun gevoelsstaat. Een naaste van een zelfmoordenaar heeft volgens allerlei sociale contracten namelijk maar recht op twee emoties: verdriet (onderverdeeld in ongeloof, nostalgie en diverse anderen) en woede (met als grootste subcategorie het gevoel in de steek gelaten te zijn, en verder onder andere frustratie).

Dus ondanks dat de dood pretty much de ultieme vrijheid is, is de stap ernaartoe eentje waarvan je absoluut niet vrij bent deze zelf te kiezen. Dat maakt het leven een gevangenschap.

Gelukkig bood CleverBot mij (via Sophie) een mooie definitie van vrijheid, die ik ook nog even wilde delen, om niet op een al te duistere toon af te sluiten. Op één of andere manier worden mensen altijd opdringerig als de fuck op het moment dat ik het woord ‘zelfmoord’ gebruik op internet, namelijk. Waarom? GEEN IDEE. FUCK OFF.
(Nee hoor. Ik hou van sommigen van jullie.)

Anyway, het laatste woord is aan CleverBot:

"Freedom is the power to act or speak or think without externally imposed restraints."

29 November 2010
By on 21:40

Over geven en nemen

Waarom geven mensen dingen aan andere mensen? De enige reden die ik kan bedenken is dat mensen graag dingen krijgen. Dus door dingen te geven weten ze dat ze andere mensen gelukkiger maken. Volgens een soort sociaal contract zou je kunnen zeggen dat mensen die elkaar dingen geven er allebei beter van worden. Dat zou logisch zijn.

Behalve dat dat natuurlijk niet logisch is. Want als dingen krijgen je gelukkiger maakt, maakt dingen geven je alleen maar gelukkiger door de gedachte dat je zelf in een vergelijkbare situatie ook iets zou krijgen. Mensen die zichzelf voorhouden dat ze gelukkig worden van het geven zelf, begrijp ik niet, en ik weet ook niet of ik dat wil begrijpen.

Een sociaal contract staat erom bekend dat het (meestal) ongeschreven is. Wat nou als ik jou keer op keer cadeautjes geef voor je verjaardag, maar ik op mijn verjaardag nooit wat van jou terugkrijg? Ik heb dan geen enkel recht om te klagen, want het geven van cadeautjes is natuurlijk geen verplichting, en als je denkt dat jouw gebrek aan compensatie voor mijn moeite om jaar in met iets origineels op de proppen te komen mij ervan weerhoudt om dat jaar uit opnieuw te proberen, dan vergeet je dat door alle voorgaande cadeautjes ik mijzelf in een soort patroon van verwachting gewerkt heb. Als ik dit jaar je opeens géén cadeautje zou geven, zou ik van die verwachting afwijken, en zouden mensen denken dat ik minder om je geef dan eerst. Dit – logischerwijs – in tegenstelling tot de andere kant van de zaak: als jij mij dit jaar opeens ook maar het kleinste bewijs van genegenheid zou doen toekomen rond mijn verjaardag, zijn mensen ervan overtuigd dat je nog meer om onze vriendschap geeft dan eerst.

Dit is waardeloos. En dat is ook waarom het de taak van de ouders is om kinderen ervan te overtuigen dat geven leuk is. We worden van jongs af aan gedrilld om dingen weg te geven, op Pavloviaanse wijze. Met Sinterklaas geven we wortels en water en krijgen we Nintendo DS’en en gedichten waarin op grappige wijze onze minpunten aangestipt worden, en op oprechte wijze onze pluspunten, opdat we een zeer vervormd positief zelfbeeld ingeprogrammeerd krijgen. Met partijtjes van anderen is het bijna een competitie om te zien wie de grootste cadeaus kan geven. Hoewel de kinderen zelf het nauwelijks interesseert, is hier een machtsstrijd aan de gang tussen de ouders.

Jouw dochter geeft mijn zoon een Lego-kasteel? Wacht maar. Mijn zoon zal jouw dochter een Mega-Mindy-outfit geven. Met een echt zilveren tiara voor als er ooit een ‘Prinses Mega Mindy’-serie komt. Hoe bedoel je, een reis naar Disneyland? Een reis naar Disneyland? Hoe overtref ik dat? Wacht! *koopt Zwitserland* Hier. Ik hoop dat jouw dochter van skieën houdt.”
Zo gaat dat echt. Dit is waarom Zwitserland zo rijk is.

Maar de kinderen leren daarvan dat alles wat je geeft groter terugkomt, en alles wat je krijgt overtroffen moet worden. Kinderen die het op een gegeven moment niet meer in zich hebben om dingen te overtreffen voelen zich daardoor machteloos en zullen in de steek gelaten worden door teleurgestelde vrienden. Twee jaar achter elkaar een supersoaker geven, ook al was de vorige na een week al kapotgebeten door het paard dat de ontvanger van een ander vriendje gekregen had, is gewoon seriously not done.
En rond die leeftijd beginnen de verschillen tussen de seksen ook aan de oppervlakte te verschijnen. En op die leeftijd leer je voor het eerst het woord ‘onzekerheid’.

Ik ben nooit een voorstander geweest van sociale contracten, hoewel ik inzie hoe het merendeel van de wereld er baat bij heeft. Ik zou vooral graag wat minder kleine lettertjes zien. Wat mij betreft houdt het op bij ‘Ik vermoord jou niet; jij vermoordt mij niet’. Maar ik wijk af.

Ik geef graag. Dat vloeit voort uit mijn onzekerheid, ik heb het idee dat ik nog zoveel moet geven voor ik net zo’n waardig mens ben als de vierdegroepers op de basisschool die voor de powerkick van hun ouders elkaar met waardevolheden overladen. Daarom betaal ik altijd iedereens bier. Daarom betaal ik entreekaartjes. Daarom laat ik me inschakelen bij verhuizingen. Daarom denk ik als ik dronken ben dat het een goed idee is om een lelijke trui van vijftig euro te kopen voor iemand die gezegd heeft hem niet te willen.
En ik hoef er niet eens wat voor terug. Er zijn weinig mensen (hiervoor verwijs ik iedereen graag terug naar het artikel over vriendschap) die ooit bier voor mij kopen, en echt veel scheelt me dat niet. Ik heb namelijk niet het idee dat ik aan de goede kant van de balans sta om daarover te klagen.

Dus, als ik je iets geef, als ik je iets opdring, als ik voor jou besluit dat je iets wil hebben… ik hoef er niks voor terug.
Maar ik zou het wel leuk vinden.


By on 14:33

Over vriendschap

“De meeste mensen hebben ongeveer vier of vijf goede vrienden, en verder een heleboel kennissen met wie ze het goed kunnen vinden,” sprak de psych, op een toon die suggereerde dat hij daadwerkelijk de werkelijkheid in pacht had. Ik geloof hem best.
“Ik ben niet zo goed in kennissen,” gaf ik aan. Snel telde ik het aantal mensen dat ik als ‘goede vriend’ zie, en kwam uit op zes. Onmiddellijk kwam de engere vraag in mij op of die mensen mij ook zo zagen.
Ik telde het aantal mensen waarvan ik zeker wist dat ik net zo belangrijk was voor hen als zij voor mij. Ik kwam uit op de overweldigendste ‘nul’ die ik sinds lange tijd geteld had. Ik zakte weg in mijn stoel, en mompelde af en toe iets lulligs tegen de persoon die mij probeerde te helpen.
Deze herinnering heb ik in vele vormen en maten, soms in het gekkenhuis, soms in gesprek met familie, soms met iets te veel op hangend op een bar. Het maakt me vrijwel altijd onzeker, en vrijwel nooit weet ik te waarderen wat ik voel voor de mensen die ik mijn beste vrienden zou willen durven noemen.
Ik vind het woord ‘vriendschap’ doodeng. Enger dan ‘liefde’ of zelfs ‘houden van’. Het schept een band die lastig te doorbreken is, en die ik áltijd doorbreken wil, omdat vrienden uiteindelijk de mensen zullen zijn die je tegenhouden als je zelfmoord probeert te plegen. Ik schop vrienden van mij af omdat ik alle opties open wil houden. Sommige voormalige vrienden herkenden dat en deden zelf een stapje terug, wat slim is, want ik schop gericht en hard.
Kennissen? Ik ken tegenwoordig een heleboel mensen. Vroeger was dat wel anders. Maar heden ten dage ken ik denk ik minstens tweehonderd mensen. Bij naam en gezicht. En tegen al die mensen zal ik vriendelijk doen als ik ze tegenkom, voor al die mensen zou ik bier kopen als de gelegenheid zich aanbood, en geen van hen zou ik bij mij thuis durven uitnodigen.
En niet alleen omdat mijn kamers altijd een teringzooi zijn – ik ruim redelijk snel op als ik weet dat ik ’s avonds bezoek krijg – maar omdat ik het eng vind. Doodeng. Ik vind mensen eng als ze dichterbij komen. Niet omdat ik bang ben dat ze me pijn doen, maar omdat ik bang ben dat ik weer manieren vind om mezelf pijn te doen door hen pijn te doen. Ik ben een beetje fucked-up wat dat betreft.
Dat is waarom ik denk dat de mensen die ik mijn beste vrienden noem nauwelijks in mij geïnteresseerd zijn. Dat het ze niks doet als ik ze verrotscheld. Dat het ze eveneens niks doet als ik in een dronken bui vertel dat ik van ze hou. Omdat het voor hen beide evenveel betekent.
Maar behalve dat ik ze van me af probeer te slaan, zijn dit wel de enige mensen waar ik naar luister. Ik ben vrij ongevoelig voor kritiek op mij als persoon (kritiek op mijn acties is een heel ander verhaal), behalve van deze mensen. Als zij me ergens op afrekenen, voelt het als een afrekening.
En dan zijn daar de kennissen. Die kunnen me niks schelen. Denk je dat ik me herinner wat ik vorige keer dat ik je zag allemaal tegen je gelogen heb? Nauwelijks. Goed dat je me eraan helpt herinneren, en had ik je al gezegd dat ik je eigenlijk best dom vind? Weet je waarom? Omdat ik bepaalde kleine niksbetekenende dingen beter kan dan jij.
Weet je wat ik niet beter kan dan jij? Vriendelijkheid. Maar ik ben tenminste eerlijk. Ik ben altijd eerlijk, behalve dat ik altijd lieg.
Nee. Daar zijn de kennissen. Hoe je ze hebt leren weet je niet altijd meer, en of het uitmaakt al helemaal niet. Ik durf te wedden dat ik voor veel mensen een dergelijk soort kennis ben. En ik ben bang om te horen dat ik nauwelijks wat beteken voor mensen van wie ik stiekem hoop dat ze me belangrijk vinden in hun leven. Sommige kennissen kunnen me wel degelijk wat schelen, maar hun mening over mij als persoon trek ik me niks van aan. En ik lieg tegen ze, op een wat dwangmatige manier. Ik hou mezelf voor dat ik eerlijk blijf, omdat ik niet lieg over dingen die uitmaken, maar dat komt omdat ik niet vind dat dingen uitmaken als je ze vertelt aan mensen die niet uitmaken.
Ik ken ook mensen via internet. Een paar daarvan blijven me tot vervelens toe zeggen op wat voor manieren ze me zo geweldig vinden. Mailen me om te zeggen dat ze de liedjes op m’n website mooi vinden, roddelen over me op Skype als ze denken dat ik weg ben – omdat ik gezegd heb dat ik weg ben – en appreciëren mijn nikszeggende wittiness. Een grappig antwoord kunnen geven is wat anders dan iets kunnen toevoegen aan een discussie, fuckers. Ik ben lang niet zo’n fijne toevoeging aan jullie forum als jullie denken.
En dan is er de paranoia. Ik vertrouw vriendelijkheid naar mij toe nooit, omdat ik weet dat er iets achter zit. Ik zeg bewust ‘weet’, omdat ik het met een zekerheid vermoed, waartegen het ‘vermoed’ wegvalt als Darwin in de persoonlijke aanwezigheid van God.
Als iemand mij ooit zou zeggen dat hij mij een goede vriend vond, zou ik een paar dagen lang alles voor diegene doen. En na die roes slaat de paranoia toe en begin ik met bewijzen zoeken dat die persoon mij alleen maar gebruikt. Ik haal citaten aan uit gesprekken van jaren geleden, waaruit blijkt dat die persoon mijn mening niet op prijs stelt. Ik wijs op grondige verschillen in mening, en verander zelfs mijn mening om die grondigheid te bewerkstelligen. Ik haal alles aan wat een goede band tussen ons onwaarschijnlijk maakt.
Dit is waarom ik niet wil weten hoeveel mensen mij een goede vriend zouden noemen als ik ze de kans zou geven.
Ik weet dit van mezelf, en ik heb het er moeilijk mee. Ik doe mijn best om het te veranderen. Ik voel me vooral heel erg alleen. Gelukkig kan ik altijd rekenen op mijn beste vrienden.
En gelukkig kan ik alle mongolen op de wereld altijd voorhouden dat ze speciaal voor me zijn. Achterlijke sukkels.

26 November 2010
By on 19:49

How would you do
If it wasn’t for you
Being all negativish
And selfloathing too

What would you do
If a large kangaroo
Would be jumping a river
And loathing it too

Oooh, what would you do
Oooh, what could I do

Sing me about
All the things that you shouted
And laughed at while you might be
Hungry too

Tell me about
Every silver-lined cloud
And the way that the sun could have
Been brighter too

Oooh, what would you do
Oooh, what could I do

You-ooh-ooh-ooh, you have got to be mistaken about
You-ooh-ooh-ooh, but I will not forsaken
You

So what could I do
That would make it for you
Like the silver-lined clouds were
The sunshine you need

What should I do
When the large kangaroo
Will be jumping that river
And loving it too

(cc) 2010, Olax. Some rights reserved.

17 November 2010
By on 01:31

I wanted to love you, but it’s not what I do
I thought I loved you, but it has nothing to do
With love – you, remind me of my mother
Cause I’m Oedipally challenged, and it’s freuding me down

I could have cared less, if it wasn’t for age
Appropriateness, and I know that’s not the way you say it
But I like to be free like a child
Cause I’m paedophilacly challenged, no I kid you not

I’m a borderline, psychotic mind
Wacked-out as a motherfucker
Cock-suck-rock ooh fuck my bitch up
I’m Gille-de-la-Tourretly challenged, god damn this shit

You are creepy, you are creeping me out
You don’t love me, I am sleeping and dreaming
By the way: what’s this thing about the number 8
I am paranoiacly challenged, as they want me to be

JESUS! FUCK! PSYCHOTIC FREAK!
YOU’RE JUST HIPSTERING YOUR ADHD!
You’re a loser, and your mother once told you
You are special, but you’re just mongoloidly challenged

I wanted to love you, but it’s not what I do
I thought I loved you, but it has nothing to do
I just find you mindly interesting
Because you’re so predictable
I would like to put my penis in your mouth some day
Because you’re so predictable

You think you are so special and you talk a lot
Yeah, you’re so predictable
I’m socially challenged, and you’re so my challenged
I’m autistically challenged and attracted to you

(That was meant as an insult. You probably won’t get it because of that nasty ‘lack of oxygen at birth’-incident that seems to have been chasing you ever since.)

© 2010, Torkson Pds.

11 November 2010
By on 19:51
Een kraakhelder antwoord

Geachte heer of mevrouw,

Onlangs hebt u op het Taalunieversum een taalvraag gesteld. Hieronder vindt u het antwoord.

VRAAG
Woorden als 'appel' en 'wortel' hebben twee meervoudsvormen. Hebben we de uitgang -s aan de invloed van het Engels te danken?

ANTWOORD
Nee, de meervoudsuitgang '-s' was al heel vroeg in het Nederlands aanwezig. Zelfs het oudst[e - OT] bekende Oudnederlandse zinnetje bevat het s-meervoud 'nestas'. Wel heeft het gebruik van de meervouds-s zich gaandeweg uitgebreid. Het huidige systeem is behalve op herkomst vooral op het metrum van het woord gebaseerd: omdat 'appel' en 'wortel' al een onbeklemtoonde lettergreep op het einde hebben en de s er fonetisch makkelijk achter past, krijgen deze woorden meestal een s-meervoud. Dit patroon is ontstaan voordat het Engels veel invloed op het Nederlands kreeg.

Meer informatie over het s-meervoud in ouder Nederlands vindt u hier:

- http://www.dbnl.org/tekst/haer001meer01_01/haer001meer01_01_0001.php
- http://www.inl.nl/onw/literatuur-vogala.html

Met vriendelijke groet,
Namens het Taalunieversum,

[Naam]

–'Taaladvies' van het Taalunieversum is een samenwerkingsverband tussen de Nederlandse Taalunie, de Taaltelefoon en het Genootschap Onze Taal.

25 October 2010
By on 21:26
Oproep

Zijn er meer mensen die vinden dat de protesten tegen de zogenaamde culturele kaalslag volkomen overdreven zijn? Ik denk dat het tijd wordt voor een tegengeluid. Maar als ik daadwerkelijk de enige ben die een vorm van logica zoekt in deze waanzinnigheid, zal ik proberen anderen daar minder mee lastig te vallen dan voorheen.

Ik zat persoonlijk te denken aan tegenacties à la 4chan; een paar honderd man die een paar minuten per dag petities volspammen met valse namen is genoeg om de petities nutteloos te verklaren. Ik ben absoluut niet van plan geweld te gebruiken, natuurlijk. Dat zou me teveel moeite kosten.

Mijn belangrijkste standpunt is natuurlijk dat, hoewel protesteren een grondwettelijk recht is, een bewezen meerderheid van stemgerechtigde Nederlanders heeft gekozen voor een volksvertegenwoordiging die dit van plan is. Dat is hoe democratie werkt. Het volk kiest vertegenwoordigers, en die bepalen wat er gaat gebeuren. Dat zorgt ervoor dat het volk gewoon verder kan gaan met z'n dagelijkse bezigheden. Door nu al deze (deels door de staat gesubsidieerde*) tijd in protestacties te stoppen, proberen ze de rechtsstaat te dwarsbomen. Een kleine, maar hard schreeuwende, groep mensen krijgt het voor elkaar om dagelijks het nationale nieuws te halen met hun roep om anarchisme. Ik vind dat belachelijk. Bespottelijk. Maar al lang niet grappig meer.
Verder heb ik nergens kunnen vinden dat subsidie in z'n geheel afgeschaft gaat worden. Er zal minder geld in de cultuursector gestoken worden, en er zal dus harder over geoordeeld moeten worden wat er belangrijk is voor ons nationaal erfgoed. Dit betekent dat niet iedere malloot die zichzelf cultureel verantwoord verklaart, omdat-ie een kunstje kan waar niemand in geïnteresseerd is, meer automatisch een shitload aan belastinggeld kan ontvangen. Als je weet hoe sommige culturele instanties omgaan met hun subsidiegeld (en ik wil geen namen noemen, maar "Nee, ik betaal je wel dubbel, anders krijgen we volgend jaar minder subsidie." heb ik meer dan eens gehoord, uit verschillende bronnen) is het duidelijk dat hier flink op bezuinigd kan worden. En het is nodig dat er bezuinigd wordt.Want eerlijk is eerlijk, als er gesneden moet worden, staat cultuur natuurlijk niet echt helemaal bovenaan de onaantastbaren. Er is geen VN-wet die bepaalt dat we recht hebben op cultuur, op de manier waarop de staat verantwoordelijk is voor ons drinkwater en een dak boven ons hoofd. Cultuur is hoogstens een tertiaire levensbehoefte.

Begrijp me goed, ik ben al jaren actief in de culturele sector, maar ik erger me ook al jaren aan de losbandigheid waarmee omgegaan wordt met staatsgelden. Proper management (sponsoring; geen vierhonderd incapabele krachten inzetten maar honderd getrainden; minder geld naar mensen die niks anders doen dan praten over waar het geld heen moet) zou veel meer hebben kunnen bezuinigen dan wat we nu tekortkomen.Er zijn zeker kunstvormen en -instanties waarvan ik het zonde zou vinden als ze zouden verdwijnen. Maar er worden zoveel tonnen (en dan heb ik het alleen nog maar over locale projecten) in het gapende gat dat de subsidietrekkers gevormd hebben gestort, dat ik denk dat het prima is dat hier een streep getrokken wordt.

Ik ga hier graag over in debat, met wie dan ook.

*Dit is speculatie. God weet waar die mensen het geld vandaan halen voor al deze ongein. Gezien het merendeel ervan voor theaters en muziekinstanties werkt die gesubsidieerd worden door de staat, ga ik ervan uit dat er een hoop overheidsgeld bij betrokken is.

15 October 2010
By on 12:14
Just words

You live the life that thousands crave
Got talent, skill, you’re bright and brave
Me thinks the world should be so glad
Once you reveal where you’ve been lead

I’ll wonder, if I’m still allowed to
Get to where you would be proud too
You, the one who’s been amazing
Twice as much as I was gazing

You, whom I endeavour to love
Got worries that rise not above
Me, while at the same time seem
Twice the ones that I could dream

I’ll be gone in many a fortnight
Get away from troubles and insight
You might think you’d never still, but
Once upon a time you will

If you please.

28 September 2010
By on 17:25

Ik zal je levend villen. Je huid zal ik daarna zo dun mogelijk fileren, en aan elkaar naaien met draad, gesponnen van je darmen, tot één lang stuk met een breedte van ongeveer tien centimeter. Deze zal ik door mijn printer halen, en ik zal er diverse full-colourfoto's op afdrukken (10×15 cm) – stills uit de sekstape die ik met je partner gemaakt heb, een halfjaar voor jouw voortijdige dood. Daarna zal ik de rol perforeren, en verdelen over ongeveer vier wc-rollen. Na de eerste rol zal ik niet eens meer aan je denken terwijl ik mijn plakkerige aars afveeg.


By on 11:03
Felicio

Hij was een man die alles kon
Die alles wat hij wou verzon
Die alles wat hij denken kon bedenken kon

Hij had talent en animo
En hordes fans in dubio
Maar één echt goede vriend Felicio

Hij keek hem geen seconde aan
Terwijl hij er vandoor wou gaan
Maar bleef – niet uit respect – maar even staan

Hij praatte met een metgezel
En lachte naar een blonde del
Die ene goede vriend, voor avondspel

Hij was een man die alles had
Die alles wat hij had vergat
Als hij liet zien wat hij nog niet bezat

Hij keek vooruit en ambitieus
Was “pluk het dan” zijn levensleus
Behalve bij zijn vrienden, maar niet heus

Hij stond daar op dat podium
Hunkerend naar opium
Verlangend naar erkenning
Maar gewend aan de gewenning

En hij kijkt hem geen seconde aan
Terwijl hij zingt van verdergaan
En luisteren en hoe niemand dat doet

Hij kijkt hem geen seconde aan
Hoe kan je van zo’n man op aan
Hoe kan je van zo’n goede vriend op aan

Hij keek hem geen seconde aan
Was bij hem in gedachte, heel misschien
Maar hoe dan ook een goede vriend

Hij had talent in overvloed
Was fucking mooi en fucking goed
Hij fucking keek hem geen seconde aan

(cc) 2010, Olax.

12 September 2010
By on 20:15